28 Wase Scheldepolders

Tussen de stad Antwerpen en het land van Saeftinghe liggen de Wase Scheldepolders, een vlakke, laag gelegen regio op de linkeroever van de Schelde. Deze streek bestaat vooral uit landbouwgebied met kleinschalige bewoning. Het reliëf in de Wase Scheldepolders is voornamelijk gecreëerd door de mens en de polders zouden zonder dijken regelmatig overstromen bij hoogwater. Daarnaast vallen de hoogteverschillen tussen de verschillende polders op, waarbij jongere polders steeds hoger gelegen zijn. De historische kreken die door de inpolderingen van het getij werden afgesloten, zijn de meest opvallende zones met lagere ligging.

51.31024969617, 4.2273672100048

Radartoren scheepvaartgeleiding Schelde

Dekzandlandschap

De lage ligging van de Wase Scheldepolders ontstaat tijdens het Pleistoceen, wanneer een een oostelijke zijtak van de Vlaamse vallei zich uitsnijdt in de Neogene sedimenten. Deze vallei wordt in de laatste ijstijd gevuld met zandige afzettingen van een rivier. De wind brengt hier een nieuwe laag dekzand bovenop, maar ook lage dekzandruggen en -duinen ontstaan. Vandaag dagzomen deze dekzandruggen nog in Kieldrecht en Verrebroek. Toen het warmer werd, ontdooide de permafrost in de zandbodem en ontstonden kleine plassen in de laagtes, waardoor een toendra-achtig landschap ontstaat. Dit landschap wordt later opnieuw door wind geblazen zand bedekt. De beperkte afzetting van sediment tijdens het Vroeg-Holoceen leidt tot stabilisatie van het landschap en bodemvorming op de ruggen langs een traag stromende, verdwenen zijrivier van de meanderende Schelde.

Veenvorming en -ontginning

Vanaf 7500-8000 jaar geleden heeft de Holocene zeespiegelstijging ook invloed in deze streek. Het grondwater stijgt en drainage vermindert. Dit leidt tot de vorming van moerasbossen en veen. Ongeveer 6500 jaar geleden bereikt het getij voor het eerst deze streek en onderbreekt dit de veenontwikkeling, omdat een kortere verbinding tussen de Schelde en de Noordzee ontstaat. Ongeveer 500 jaar later verdwijnt dit getij opnieuw en herneemt de vorming van het veenmoeras dat tegen 5000 jaar geleden al de hele streek bedekt. De menselijke impact op dit veenlandschap start vanaf de 11de of 12de eeuw met de ontginning van veen als brandstof. De eerste lage dijken worden aangelegd met wegen erop en grachten en sluizen worden gegraven om het veen te ontwateren. De sporen hiervan zijn herkenbaar in de lange, smalle strookpercelen bij Verrebroek.

Koningsdijk Staats-Spaanse Linies

Dijkdoorbraken en overstromingen

De ontginning en ontwatering van het veen zorgt echter voor een daling van het oppervlak, waardoor de streek kwetsbaarder wordt voor overstromingen. Aanvankelijk zijn deze overstromingen van natuurlijke oorsprong maar tijdens de Tachtigjarige Oorlog worden dijkdoorbraken ook als wapen ingezet bij het Beleg van Antwerpen. Hierdoor verdrinkt de hele regio, met uitzondering van het iets hoger gelegen Doelpolder en dorpen op een zandrug. Vanaf de 17de eeuw start de stapsgewijze en definitieve inpoldering van de streek en de vorming van het definitieve polderlandschap. Dit proces wordt opeenvolgend herhaald. Vanaf de jaren 1960 en 1970 groeit de haven van Antwerpen ook verder op de linkeroever van de Schelde. De voorbije decennia zijn een deel van de polders getransformeerd in getijdengebied door aanleg van natuurgebieden, om verloren natuurwaarden te compenseren en huidig en toekomstig overstromingsgevaar op te vangen.