38 Kleigroeve Steengelaag

De hoogte waarop Stekene en Kemzeke liggen behoort tot de Waasland cuesta en vormt als het ware een eiland tussen lager gelegen landschappen. Hoewel het cuestafront lang niet zo indrukwekkend is als langs de Durme en de Rupel, zien we toch een markant hoogteverschil tussen de hogere zone bij Stekene en Kemzeke en de omringende laagtes. De cuesta vormt de noordoostelijke grens van de dekzandrug Maldegem-Stekene en van de Moervaartdepressie aan de voet van deze rug. Het Kanaal van Stekene, dat afwatert in de Moervaart, bevindt zich in een langwerpige depressie rondom de westelijke rand van de cuesta. Ten noordoosten grenst het gebied aan de Wase Scheldepolders.

51.202625819753, 4.0533852

Ontstaan van het landschap

Aangezien het Steengelaag ontstaan is als kleiwinningsput, moeten we voor de geologische geschiedenis van dit gebied terug naar de periode waarin deze klei gevormd werd. De vorming van de Waasland cuesta startte ca. 32 miljoen jaar geleden. In deze periode lagen Nederland en het noorden van België onder zeeniveau. In de Oligocene Noordzee werd sediment afgezet dat afkomstig was van de erosie van de omringende continenten. De grovere deeltjes kwamen vooral dicht bij de kusten terecht. Fijnere deeltjes bezonken in de diepere delen van het bekken. Tussen 32 miljoen en 30 miljoen jaar geleden kwam een periode voor waarin de zee klei afzette. De waterdiepte schommelde frequent. Daardoor bestaat de afzetting uit een afwisseling van laagjes met meer of minder silt, kalk en organisch materiaal. Het resultaat is de Formatie van Boom: een pakket klei met een karakteristiek patroon van horizontale licht- en donkergrijze banden.

Vorming van een cuesta

Terwijl in het Noordzeebekken sedimentatie plaatsvond, veroorzaakte platentektoniek in Zuid-Europa de vorming van verschillende gebergteketens, zoals de Pyreneeën en de Alpen. Door de opheffing van het land in het zuiden, daalde de aardkorst in het noorden en kwamen de afzettingen van onder De stevige klei van de formatie van Boom was beter bestand tegen erosie dan de onderliggende en bovenliggende zandlagen. Daardoor kon de Vlaamse Vallei – de Pleistocene voorloper van de rivieren van het Scheldebekken – zich wel diep insnijden in het zand, maar niet in de Boomse klei. Het resultaat is een cuesta: een asymmetrische heuvel met een steile helling in aan de oostgrens van de Vlaamse vallei (het cuestafront) en een zachte helling naar het noordenoosten toe.

Steenbakkersindustrie

Omdat de klei in het gebied rond Stekene niet erg diep begraven ligt, wordt in het gebied al eeuwenlang klei gewonnen. In de 16e eeuw waren er meer dan 50 steenbakkerijen actief. De groeve in het Steengelaag werd pas eind 19e eeuw opgestart. De ontginning startte handmatig, met houten spaden, in de ‘Oudste Kleiput’. Vanaf 1913 werd de kleiwinning gemechaniseerd en gebeurde de ontginning in de ‘Jongste Kleiput’ door middel van een elektrisch aangedreven kleibaggeraar, die tot vandaag aan de kleiput staat.