39 Paleovallei Oude Kale

De Oude Kalevallei bevindt zich tussen Nevele en Vinderhoute. In Nevele wordt de Oude Kale gevoed door de Poekebeek. Stroomopwaarts van Merendree loopt het Schipdonkkanaal parallel met de rivier, in een smalle vallei tussen de rug van Nevele en de rug van Vosselare. Vervolgens meandert de Oude Kale oostwaarts in een vlakte tussen de dekzandrug Vinderhoute-Merendree en de rug van Landegem. Binnen dit ‘vlakland van Vinderhoute’ zien we een microreliëf. Op deze ruggen bevinden zich de gehuchten van Dries, Slindonk en Luchteren. Bij Vinderhoute dwarst de Oude Kale de dekzandrug en wordt de rivier  afgesneden door het Kanaal Gent-Brugge. De Nieuwe Kale stroomt parallel aan de Ringvaart en vormt het stroomafwaartse vervolg van de Oude Kale. 

51.076356019664, 3.6090651

Oude Kalevallei

Ontstaan van het landschap

Tijdens het Pleistoceen bevond het gebied zich aan de westrand van de Vlaamse Vallei. Bij de overgang van het Weichsel pleniglaciaal naar het laatglaciaal evolueerden de rivieren van het Scheldebekken naar systemen met één meanderende geul. Hoewel de Oude Kale nu een klein riviertje is, getuigen de oude brede meanderbochten van een verleden als grote rivier. De langwerpige ruggen in het vlakland van Vinderhoute zijn waarschijnlijk kronkelwaardruggen van deze stroom. De vallei van de huidige Oude Kale weerspiegelt de positie waarop het systeem stabiliseerde dankzij de bosvegetatie die zich ontwikkelde in de warmere perioden. De Oude Kale behoorde tot een veel grotere rivier die richting Moervaartdepressie liep. Het meer in deze depressie ontwaterde via de Durme in de Schelde. Ter hoogte van de Vinderhoutse bossen zien we op de hoogtekaart een cirkelvormige depressie. Hier bevindt zich een laag van moeraskalk in de ondergrond. Dit wijst op een ondiepe plas met stilstaand water, die waarschijnlijk dateert uit het laatglaciaal. 

Oude Kalevallei

Kouter- en bulkenlandschap

Tijdens het Midden- en Laat-Holoceen was de Oude Kale een veel kleinere rivier. Vanaf de middeleeuwen werd de vallei wel systematisch bewoond en ontgonnen. In een eerste fase werden enkel de hogere, goed gedraineerde 'kouters' of 'open fields' rondom de woonkernen bewerkt. Door de middeleeuwse bevolkingstoename werden vanaf de 12e-13e eeuw ook de omgevende nattere gronden ontgonnen. Om deze meersen te ontwateren werden grachten gegraven, waardoor een patroon van vaak smalle, kleine percelen ontstond. Houtkanten of rijen bomen langs de perceelranden versterkten de ontwatering, hielden grazend vee binnen en dienden als bron van hout. Door deze aanplantingen kreeg het zogenaamde bulkenlandschap, dat kenmerkend is voor de natte gronden in de streekrond Gent, zijn gesloten karakter. Aan de voet van de rug van Landegem, ter hoogte van Heiste en Wilde, zijn deze perceelspatronen nog goed bewaard in het landschap. 

Vroegmoderne tijd

In de 19e eeuw raakten de hooimeersen grotendeels in onbruik en werden de gronden in de vallei vooral gebruikt als graasweiden met aanplanten van knotwilgen en populieren. Tijdens de 20e eeuw werd de waterhuishouding in het gebied sterk verstoord door de aanleg van het Schipdonkkanaal, het kanaal Gent-Oostende en de Ringvaart. Tussen Merendree en Vinderhoute behield de Oude Kale grotendeels zijn oorspronkelijke loop.