40 Cuesta van Oedelem-Zomergem

De cuesta (Spaans voor ”helling”) van Oedelem-Zomergem is een regionaal opvallend, heuvelig gebied in het noordwesten van de provincie Oost-Vlaanderen. De belangrijkste woonkernen in en rond de geosite zijn Kleit, Oostwinkel, Oedelem, Zomergem, Ursel, Knesselare en Oostveld. De geosite wordt doorsneden door de N44 en het vliegveld van Ursel. De cuesta wordt voornamelijk ontwaterd door de Ede. De top van het cuestafront vormt dan ook een waterscheidingslijn, waarbij beken op het cuestafront naar het zuiden in de richting van de depressie van Beernem afwateren, terwijl beken, zoals de Ede en de Flabbaertbeek, vanop de cuestarug noordwaarts naar de kustvlakte toe afwateren.

51.149392811945, 3.44951424375

Vorming van een cuesta

Een cuesta is een asymmetrische heuvelrug en ontstaat wanneer geologische lagen schuin komen te staan en vervolgens door hun verschillende samenstelling niet even snel eroderen. De schuine laag die minder snel erodeert, blijft deels als een hoogte in het landschap over. Waar deze zachtere laag geërodeerd is, ontstaat een steile helling dwars op de harde laag: het cuestafront. Parallel met de schuine, erosieresistente laag ontstaat een zachter aflopende helling: de cuestarug.

Wisselend afzettingsmilieu

De afzetting van de cuestasedimenten startte tijdens het Eoceen, Toen bevonden Nederland en Noord-België zich onder het zeeniveau en zette de zee klei af. Grovere sedimentdeeltjes kwamen vooral dichtbij de kusten terecht. Fijnere deeltjes bezonken in de diepere delen van het bekken. Door klimaatveranderingen schommelde de zeespiegel gedurende deze periode. Voor de vorming van de cuesta van Oedelem-Zomergem zijn echter voornamelijk de glauconiethoudende, zandigere Formatie van Aalter en de glauconiethoudende, kleiigere Formatie van Maldegem van belang. De kern van de cuesta bestaat voornamelijk uit de sedimenten van de Formatie van Maldegem. Deze geologische eenheid is tot 40-50 m dik en heeft zich tussen 42 en 38 miljoen jaar geleden gevormd voornamelijk uit kleilagen.

Schuinstelling Eocene lagen

Terwijl in het Noordzeebekken sedimentatie plaatsvond, zorgde platentektoniek in Zuid-Europa voor de vorming van verschillende bergketens. Door deze opheffing in het zuiden, daalde de aardkorst in het noorden en kantelden reeds afgezette sedimenten in een noordoostwaarts helling Hierdoor evolueerde de geosite van onderzees naar landgebied op het einde van het Eoceen. Ten (noord)oosten van de geosite zijn bovenop deze sedimenten Oligocene mariene kleilagen afgezet. Deze dagzomen zijn niet (meer) aanwezig op de cuesta van Oedelem-Zomergem. Tijdens de ijstijden van het Pleistoceen lag de zeespiegel veel lager. Hierdoor ontstonden er beek- en riviervalleien. Los zand werd hierbij makkelijker weggevoerd dan harde zandsteenbanken of kleilagen en vormde het cuestafront. De compacte, kleiige Formatie van Maldegem erodeerde echter trager en vormde de cuestarug. Op het einde van het Weichsel pleniglaciaal werd vanuit het noord(west)en lemig zand over de hellingen van de cuestarug geblazen. Zand waaide niet zo ver en dwarrelde neer rond de basis van de cuestarug.

Vorming van cultuurlandschap

De cuestarug was niet erg productief met oude akkerbouwtechnieken door zijn dunne en zure (kleiige) zandbodem, ondiepe kleilaag en -grondwatertafel. Daardoor werd de heuvel voornamelijk extensief gebruikt om vee te laten grazen of ontbost voor hout. Dit vormt ook de oorsprong van de “veld”-gronden, zoals het Maldegemveld. halfopen heidelandschappen met kleine bosjes of kreupelhout en vennetjes. Deze natte depressies hebben zich gevormd waar weinig zand opgewaaid is en de onderliggende klei dichtbij oppervlak ligt. Aangezien de cuesta weinig vruchtbaar was maar toch opportuniteiten bood, is een zekere cyclus herkenbaar in de geschiedenis van zijn landgebruik. Ten tijde van bevolkingsdruk en stress op het landschap werd de cuesta, mogelijk uit noodzaak, intensiever gebruikt ondanks zijn schijnbare onaantrekkelijkheid. Wanneer de druk afnam, verminderde ook de intensiteit van de ontginning.