Zwinkreeksrestanten en Passagegeul

Deze geosite betreft een polderlandschap met daarin de resten van afgedamde voormalige kreeklopen en getijdengeulen, die ooit ontsprongen zijn vanuit het zeegat van het Zwin. Daarnaast bevat deze geosite een voormalig getijdensysteem, de Passageule. De Passageule vormde ooit een belangrijke verbinding tussen de zeearmen Het Zwin en de Braakman, maar is tegenwoordig afgedamd en deels gekanaliseerd. De vroegere lopen zijn nog terug te zien in het landschap van West-Zeeuws-Vlaanderen.

51.360900653718, 3.35790675

Voormalige getijde- en innundatiekreek Passageule

Ontstaan van het landschap

Ongeveer 2600 jaar geleden werd de kustbarrière, die was ontstaan door de afname van de snelheid van de zeespiegelstijging, doorbroken. Door een dalend oppervlak en de uitschurende werking van de getijdengeulen ontstonden er verschillende eilanden in het gebied, maar deze bleven vaak maar enkele eeuwen bestaan door de dynamiek van het getij. Middeleeuwse bedijkingen speelden een grote rol in de ontwikkeling van het kreken- en geulengebied. Vóór de bedijkingen heeft de getijdenwerking er op natuurlijke wijze voor gezorgd dat het landoppervlak door de opslibbing van schorren boven de vloedhoogte kwam te liggen. Het land lag hierdoor hoog genoeg om op te wonen en was veelal in gebruik voor de schapenteelt. Vanuit verschillende bewoningskernen zijn op de schorren preventief aarden bermen en lage dijkjes aangelegd om extreem hoogwater te kunnen keren. Maar dit zorgde ook voor het opstuwen van water tegen de dijken en soms zelfs door dijkdoorbraken. Daarnaast veroorzaakte het ook verzande geulen omdat het binnengebrachte zand tijdens eb de getijdengeul niet meer kon verlaten.

Mist boven de Passageule

Getijdengeul de Reie

Getijdengeul de Reie is goed voorbeeld van een verzande getijdengeul.  Deze liep vanuit zee naar het belangrijke handelscentrum Brugge, maar dreigde door de bedijking langzaam te verzanden en onbevaarbaar te worden. De Bruggenaren verplaatsten hierop midden de 12de eeuw hun haven naar het nabij stromende Zwin, dat tijdens stormvloeden juist breder en dieper was geworden. Vanaf deze periode werden de schorren aan de oevers van het Zwin ingepolderd en gebruikt als landbouwgebied, waarbij kreek- en getijdengeulrestanten vaak bewaard bleven in het landschap. Uiteindelijk wachtte het Zwin hetzelfde lot als de Reie. Zowel het Zwin als de Zwinmonding verzandden en werden begin 16de eeuw vrijwel onbevaarbaar voor handelsschepen. 

Retranchement, voormalig vestigingsstad aan het Zwin

Tachtigjarige oorlog

Tijdens de Tachtigjarige oorlog (1568-1648) lag de Zwinstreek in de frontlinie tussen de Noordelijke (Staatse) Nederlanden en de Zuidelijke (Spaanse) Nederlanden. De Zwindijken ten zuidwesten en ten oosten van Sluis werden in 1583 doorgestoken. De zee drong de polders binnen en schuurde enkele nieuwe geulsystemen uit. Hun veelal rechtlijnige verloop wijst erop dat het binnenstromende water grotendeels de bestaande gegraven watergangen volgde. In 1611 werd een deel van het overstroomde gebied weer droog gelegd. Na het Twaalfjarig bestand werden de dijken echter opnieuw doorgestoken. Een groot gebied werd moerassig en onbewoonbaar. versterkingen door zowel Spaanse als Staatse troepen en werden belangrijke fortificaties aangelegd. Omstreeks 1700 was bijna al het geïnundeerde gebied herwonnen en bleef alleen de Zwinmonding met aansluitende getijdengeulen nog open. Grote delen van de voormalige hoofdloop van het Zwin werden in de 19de eeuw ingepolderd en de bevaarbaarheid in het gebied werd vergroot door de aanleg van nieuwe kanalen. Hierdoor kwam er definitief een einde aan de grote getijdengeul van het Zwin. Alleen de kreekrestanten bleven zichtbaar in het landschap als afgedamde, met water gevulde beddingen.

Passageule in winterse sferen

Passageule

De Passageule is voor het eerst beschreven in 1470. In het begin vormde het slechts een zijarm van de Braakman, maar nadat aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog de dijken bij Sluis werden doorgestoken, vormde zich een grotere getijdengeul: het Coxysche Gat. Deze geul bracht de Passageule in verbinding met Het Zwin en zo ontstond een nieuwe vaarweg tussen de Braakman en de Noordzee. Uiteindelijk werd de verbinding definitief afgesloten door de aanleg van de Kapitale Dam en de Bakkersdam. Hierdoor slibde de geul dicht en bleef er slechts een smalle afgedamde waterloop over. In het landschap is diens vroegere reikwijdte echter nog altijd goed terug te zien. De directe omgeving van de Passageule ligt wat hoger dan de omringende polders. Dat komt doordat de getijdenwerking langs de Passageule langer invloed heeft gehad dan in de omringende polders.