Proef de geologie

Wat hebben een Zeeuwse aardappel, een verse oester en een asperge met elkaar gemeen? Op het eerste gezicht misschien niet zoveel. Toch vertellen ze allemaal iets over het landschap waarin ze groeien of leven. Want wat er op je bord ligt, begint vaak onder je voeten. In Geopark Schelde Delta hebben niet alleen de bodem, maar ook het water en zelfs de wind invloed op wat we eten en hoe dat eten smaakt.

Boer steekt asperges (gemaakt door VVV Brabantse Wal)

Zilt en zoet

Wanneer je door het Geopark reist, zie je het landschap steeds veranderen. De ene keer sta je aan de rand van het zoute water zoals de Oosterschelde, waar oesters en mosselen in groeien. Een stukje verderop verandert het uitzicht en maken de schorren plaats voor dijken, uitgestrekte akkers en vruchtbare polders. Hier groeien aardappelen, uien en granen op grond die ooit deel uitmaakte van de zee. Nog verder landinwaarts vind je zandgronden, waar onder andere asperges goed gedijen.

Zo reis je in één gebied langs verschillende landschappen, elk met hun eigen geschiedenis én producten. Van zilt naar zoet, van zee naar land. Soms is de overgang duidelijk zichtbaar, soms merk je er nauwelijks iets van. Maar overal heeft het landschap invloed op wat er groeit, leeft en uiteindelijk op ons bord belandt.

Gerecht uit de Rupelstreek bij voormalige steenbakkerij van Herck (gemaakt door Toerisme Scheldeland)

Wat geeft ons eten smaak?

Waarom groeit zeekraal langs de kust en vind je asperges juist op zandgrond? Dat heeft alles te maken met de omstandigheden waarin ze groeien. Neem de zeekraal. Waar andere planten moeite hebben met zout, voelt deze plant zich juist thuis op de schorren. Of denk aan de aardappelen die groeien op vruchtbare zeeklei, achter de dijken die ons al eeuwen tegen het water beschermen.

Ook wind, regen en de getijden spelen hun rol. En dan is er nog de kennis van de mensen die hier al generaties lang werken. Zij weten welke gewassen het goed doen op welke grond, wanneer het tijd is om te oogsten en hoe je het beste uit een product haalt. Het is die combinatie van natuur en menselijke kennis die de streekproducten laat indelen in 4 unieke landschappen. 

Slikken en Schorren in de Durmevallei (gemaakt door Vic Wouters)

De schorren: een vleugje zee

Langs de Ooster- en Westerschelde, de Grevelingen en in het Verdronken Land van Saeftinghe vind je de schorren. Hier heeft de zee nog altijd vrij spel. Bij hoogwater lopen delen van het landschap onder en alleen planten die tegen zout kunnen houden het vol. Zoals zeekraal, die juist op deze zilte plekken groeit. Ook oesters en mosselen horen bij dit landschap. Hier is de verbinding tussen eten en de zee misschien wel het duidelijkst.

Relict Lieve en Lievebermen tussen Moerkerkebrug en Schipdonkvaart-Zuid

De polders: de zee onder je voeten

Wanneer de schorren plaatsmaken voor uitgestrekte akkers en vruchtbare polders, groeien nu aardappelen, uien en granen. Moeilijk voor te stellen misschien, maar daar lag ooit de zee. Door de eeuwen heen werd het land ingepolderd, maar de zee liet haar sporen achter in de vruchtbare kleigrond. Die geschiedenis ligt dus nog altijd onder onze voeten én speelt een rol bij wat er op ons bord belandt.

Vlaamse Vallei - Vlassenbroek (gemaakt door Vic Wouters)

Riviergebieden: waar het water de grond verrijkt

Ook verder landinwaarts heeft het water zijn sporen nagelaten. In het Scheldeland en langs de Durme brachten rivieren eeuwenlang klei en slib mee. Zo ontstond vruchtbare grond waarop onder andere groenten, granen, appels en peren groeien. En wist je dat de invloed van de getijden in de Schelde tot ver landinwaarts merkbaar is? Zelfs hier is de verbinding met de zee dus nooit helemaal verdwenen.

Overgangsgebied van dekzandruggen naar zeekleipolders (Sky Pictures)

De zandgronden: zoete schatten

Niet overal heeft het water de hoofdrol gespeeld. Op de zandgronden van het geopark heeft juist de wind het landschap gevormd. Tijdens de laatste ijstijd werd zand over grote afstanden meegevoerd en afgezet. Deze grond houdt minder water en voedingsstoffen vast dan klei, maar is juist geschikt voor bepaalde gewassen. Denk aan asperges die goed groeien in losse zandgrond of bessen die passen bij de zure bodem.

Proef het landschap zelf

Een streekproduct is meer dan iets lekkers van dichtbij. Het vertelt iets over de plek waar het vandaan komt, de geschiedenis van het landschap en de mensen die er werken. En hoewel elk product daarin zo kan verschillen, heeft elk product zijn eigen verhaal dat ontstond in de grond. Dus wandel je binnenkort door ons geopark of schuif je ergens aan voor een lekkere maaltijd? Sta dan eens stil bij wat er op je bord ligt. Misschien proef je wel iets van een landschap dat duizenden jaren geleden werd gevormd. Want de geschiedenis van het gebied ontdek je niet alleen in dijken, kreken en akkers. Je kunt haar ook proeven!