Moernering betekent het graven in een veenlandschap, om turf op te graven en hieruit zout te winnen. Moer was in Brabant, Zeeland en Vlaanderen het gewone woord voor veen of veengebied.
Hoe kwam men aan het zout?
Het veen werd opgegraven en verbrand. De as van de verzilte turf die in dit veen zit, werd vervolgens met zeewater vermengd en ingekookt, waardoor het zout overbleef. Zout was vroeger een erg gewild product: als smaakversterker, maar vooral als bewaringsmiddel.
De gevolgen van deze opgravingen waren duidelijk zichtbaar in het landschap en veroorzaakten grote risico’s voor overstromingen. De dekkende kleilaag werd afgegraven, waardoor het verlaagde land bij een dijkdoorbraak als een badkuip volliep. De beruchte Sint-Felixvloed in 1530 was mede daardoor zo desastreus. Nogal wat verdronken dorpen in Zeeland, bijvoorbeeld Oud-Rilland, maar ook Stavenisse en Reimerswaal, lagen vlakbij moerneringsgebieden. Buitendijks zijn soms de uitgestrekte moerneringspercelen nog te zien, met het karakteristieke patroon van sleuven en lage walletjes.
De zoutwinning beleefde haar hoogtepunt in de veertiende en vijftiende eeuw, en het zou tot ver in de zeventiende eeuw duren voordat moernering vrijwel geheel was uitgebannen. En tijdens de Eerste Wereldoorlog kwam het afgraven van turf zelfs nog even terug, vanwege een gebrek aan brandstof. Ook in de Tweede Wereldoorlog was dat het geval. Onder leiding van de Duitsers werd bij Bath nog veen gestoken.
Het einde van de grootschalige moernering betekende niet het einde van de Zeeuwse zoutwinning en handel. Daarvoor kwam de baaizoutverwerking in de plaats, de raffinage van geïmporteerd ruw zout uit Frankrijk, Spanje en Portugal. Met name de steden waar eerder zout uit veen was geproduceerd, begonnen daar al in de vijftiende eeuw mee. Dat was niet overal een succes, maar Arnemuiden, Goes, Reimerswaal en Zierikzee werden belangrijke zoutcentra. In de negentiende eeuw werd met deze manier van zoutwinning gestopt en kwam er een eind aan de Zeeuwse zouthandel.
Het afgraven van veen noemt men ook wel turfsteken, zoutdelven, of darinc delven.
Het landschap vóór de polders
Moernering vond plaats in een landschap dat er heel anders uitzag dan vandaag. Op Zeeuwse Tijdreis ontdek je hoe Zeeland zich ontwikkelde van een gebied met laag- en hoogvenen tot een landschap van schorren, slikken en uiteindelijk polders. Dankzij interactieve 3D-werelden en tijdreizen wordt zichtbaar hoe mens en natuur samen het landschap van de Schelde Delta hebben gevormd.