Helaas, fout, de Westerschelde is vandaag de dag wél een estuarium.
Een estuarium in een mondingsgebied van een rivier waarin de invloed van het getij overheerst over de stroming vanuit de rivier. De zee komt dus twee keer per dag naar binnen. Op het moment dat er geen verbinding is met een rivier is sprake van een zeearm. De Westerschelde is in de Middeleeuwen geleidelijk uitgegroeid van een zeearm tot een estuarium. In eerste instantie stond de voorloper van de Westerschelde niet in contact met de rivier de Schelde. Pas nadat mede door stormvloeden de zeearm zover landinwaarts kwam dat contact met de rivier de Schelde werd gemaakt ten oosten van het huidige plaatsje Bath ontwikkelde de zeearm zich tot een estuarium. Vanaf dat moment konden schippers die vanuit Antwerpen richting zee voeren bij Bath kiezen of ze naar het westen afbogen en dus de Westerschelde opgingen of naar het oosten afbogen door de daar ondiep geworden geul van de Oosterschelde. Na de aanleg van de spoorlijn Roosendaal – Vlissingen eind 19e eeuw hoefden schippers deze keuze niet meer te maken. De Westerschelde was de enige verbinding naar zee geworden.