Otheense kreek

De Otheense Kreek is een krekensysteem gelegen in Zeeuws-Vlaanderen. De monding van de kreek ligt aan de oostkant van Terneuzen. Ongeveer een kilometer landinwaarts splitst de kreek zich in twee zijtakken. De zuidelijke tak loopt naar Axel. De oostelijke aftakking loopt via Zaamslag naar het zuiden. Een groot deel van dit krekensysteem is nog watervoerend en vele kilometers landinwaarts zonder onderbrekingen te vervolgen. Het landschap van Zeeuws-Vlaanderen bestaat uit een zandgebied uit de laatste ijstijd dat tussen 6500 en 2800 jaar geleden als gevolg van zeespiegel- en grondwaterstijging bedekt raakte door een uitgestrekt veenmoeras. Vanaf ca. 2600 jaar geleden, vonden grote zee-inbraken plaats en vormden zich grote getijdengeulen, waaronder de Honte, de voorloper van de huidige Westerschelde. Via deze getijdengeulen zette de zee een kleipakket af en een schorrengebied ontstond. De Honte kende verschillende kleinere aftakkingen. Ter plaatse van de huidige Otheense Kreek lag een natuurlijke zijtak van de Honte, genaamd de Notense geul, waaraan ook het dorp Noten gevestigd was. De vroegst bekende schriftelijke vermelding van dit dorp, ook bekend als Othene, stamt uit 1160 na Chr. Het dorp is tijdens een stormvloed in 1214 in zee verdwenen, waarna Nieuw-Othene werd gesticht.

51.315907286484, 3.8617828627018

Zicht op de Otheense kreek door de bossen

Militaire inundaties

In de Tachtigjarige Oorlog (1568 - 1648) heerste de strijd voor de onafhankelijkheid van de Noordelijke Nederlanden van de Spaanse koning. Om het Spaanse leger te verdrijven en heroverde steden te beveiligen, braken zij op verschillende plaatsen in Zeeuws-Vlaanderen dijken en sluizen door. In 1584 werd een dergelijke doorbraak gemaakt bij Nieuw-Othene. Vanaf daar bereikte het zeewater het kilometers landinwaarts gelegen Zouterspuije (het huidige Spui) en ontwikkelde zich de tegenwoordige Otheense Kreek. Door getijdenwerking is uit de eerste geul een groot krekensysteem ontstaan. 

Otheense Kreek

Afdamming en oorspronkelijk reliëf

In tegenstelling tot veel andere getijdengeulen, waarbij de landaanwinning vaak vroeger en middels verschillende kleine inpolderingen plaatsvond, is het ruim 1350 hectare grote gebied rond de Otheense Kreek in 1650 in één keer ingepolderd, waarbij de kreek zelf werd afgedamd. Zo ontstond de Zaamslagpolder. Doordat het krekensysteem in zijn geheel werd afgesloten, werd het hele gebied tegelijk afgesloten voor de aanvoer van sediment (zand en klei). Hierdoor is het oorspronkelijke reliëf in zijn geheel bewaard gebleven en zijn veel van de kreken nog watervoerend – de zee had immers niet langer toegang om sediment aan te voeren voor opslibbing.