Yerseke en Kapelse Moer

De Yerseke en Kapelse Moer liggen tussen de Westerschelde en Oosterschelde aan weerszijden van het Kanaal van Zuid-Beveland. Ze vormden oorspronkelijk één aangesloten gebied op de oude eilandkern in de polder de Brede Watering Bewesten Yerseke. In de Middeleeuwen is het gebied intensief door de mens gebruikt voor de zoutwinning. Het authentieke twaalfde-eeuwse polderlandschap is hier in tegenstelling tot in de omgeving zeer goed bewaard gebleven.

51.490245850564, 4.03864185

Koeien in de Kapelse Moer

Oudland

Gebieden als deze, die na het doorbreken van de kustbarrière weinig erosie kenden, worden gerekend tot het Oudland. Het Oudland van Yerseke en de Kapelse Moer is bedijkt in de 12e eeuw.  Grootschalige erosie heeft op het Oudland na het doorbreken van de kustbarrière niet plaatsgevonden, maar de oude eilandkern is op verschillende plaatsen wel doorsneden door getijdenkreken. In de kreken is door de sterkere stroming dan erbuiten een deel van het veen weggesleten en zand afgezet. Buiten de kreken was de stroomsnelheid van het water lager en werd vooral klei getransporteerd en op het veen afgezet. In de loop der eeuwen klonken het veen en de klei buiten de kreken in, waardoor het landoppervlak daalde. Daarom liggen de voormalige geulen tegenwoordig hoger in het landschap en vormen ze zogenaamde kreekruggen. De laaggelegen gebieden tussen de kreekruggen noemen we poelgronden. De geosite zelf ligt in zulke poelgrond, die door enkele grotere kreekruggen wordt omringd. 
 

Kapelse Moer in de winter

Veen en zoutwinning

Doordat het veen in de regio na het doorbreken van de kustbarrière overspoeld werd door zeewater, bleef in het veen zout achter. Het veen was daardoor niet alleen geschikt als brandstof maar ook voor de zoutwinning. Het afgraven van veen voor zoutwinning wordt moernering, selnering of darinkdelven genoemd. Na het weggraven van het veen bleef er doorgaans een hobbelig terrein achter dat nauwelijks meer bruikbaar was als landbouwland. Lokaal wordt dit ook wel een hollebollig landschap genoemd. Bij de latere en beter gereguleerde strokenmoernering of blokmoernering groef men rechthoekige putten uit. De oneffenheden in het landschap als gevolg van dit type moernering volgen meer regelmatige patronen. In de afgelopen eeuw zijn veel gemoerneerde gebieden op grote schaal geëgaliseerd en opnieuw verkaveld, de Yerseke en Kapelse Moer niet daarom zijn deze gebieden zo bijzonder.