Zwinpolders rond Damme

De polders rond Damme zijn gelegen op de rand van de oostelijke Belgische kustvlakte en grenzen in het zuiden aan zandig Vlaanderen. Damme, Oostkerke, Hoeke en Lapscheure zijn de belangrijkste bewoningskernen in een vrij vlak polderlandschap, dat doorsneden wordt door het Leopoldkanaal en de Damse vaart. Hoogteverschillen zijn beperkt en voornamelijk veroorzaakt door de bewoningskernen, militaire aarden wallen, dijken, open of verzande kreken en getijdengeulen.

51.25003030236, 3.322704

Luchtfoto van Damme

Zeespiegelstijging, wad- en veenmoeras

De stijgende zeespiegel kreeg pas 7000 tot 6000 jaar geleden invloed op deze geosite. De kustgordel schoof tot 5500 jaar geleden zeewaarts door de vertraging van de zeespiegelstijging en de aanvoer van geërodeerd sediment. Langs hoger gelegen randen vormde zich een veenmoeras voer het pleistocene zandlandschap. Dit landschap breidde zich steeds verder uit over het dekzandgebied en over het opgeslibde schor.

Bomen op dijk langs Damse Vaart

Open kustlandschap met geulen

Vanaf 2800 jaar geleden zorgden klimaatverandering en ontbossing van het binnenland voor toegenomen afwatering in het veengebied. Hierdoor begonnen geulen in te snijden en kwam er meer ruimte voor het getij achter de kustgordel. Deze insnijding creëerde een open getijdengeulenlandschap met ‘eilanden’ van oudere schor- en veengebieden. De duinengordel en dekzandruggen langs de randen van het gebied vormden tijdens de Romeinse tijd deel van een kustverdedigingslinie. Vanuit de woonkernen werd het landschap ontwaterd voor kleinschalige landbouw of turfwinning en werden opgehoogde wegen opgericht als bescherming tegen overstromingen. In de vroege middeleeuwen ontstonden op een vergelijkbare manier nederzettingen op terpen gelegen op het schor en langs de geulen. Vanuit deze nederzettingen werden ringdijken aangelegd om de nabije omgeving te beschermen en intensiever te ontginnen. Hierdoor ontstonden de eerste polders.

Natuurreservaat Het Zwin

Sincfal

Door de verzanding van de Blankenbergegeul en (later) de Oostkerkegeul werd minstens één kanaal (deels in een kreek) aangelegd tussen de Sincfal en het (vroeg)middeleeuwse Brugge: het Oud Zwin Dit versterkte echter onbedoeld ook de verlanding van het buitendijkse gebied, waaronder de kanaalverbinding tussen Brugge en de Sincfal.

Damse Vaart

Het Zwin

In 1134 na Chr. schuurde een sterke stormvloed een oude zeearm van de Sincfal opnieuw uit. Mede dankzij het Zwin groeide Brugge uit tot een internationale havenstad. De natuurlijke opslibbing van het schor langs het Zwin en de latere inpoldering zorgden voor versnelde natuurlijke verzanding waardoor schepen steeds meer moeite kregen om Brugge te bereiken. De mindere bevaarbaarheid van de Zwingeul versterkte de ontwikkeling van voorhavens. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd Damme van bastions voorzien en tijdens de Spaanse Successieoorlog werd het fort van Beieren versterkt. Steeds vormde de Zwinmonding daarbij een deel van de frontlinie. Ook onderwaterzetting was een oorlogstactiek. In de 17e en 18e eeuw na Chr. werd het overstroomde gebied opnieuw ingepolderd in grote, rechthoekige percelen met rechtlijnige dijken, geschikt voor intensievere landbouw. De Damse vaart werd deels op de oude bedding van het Zwin aangelegd waarop het Leopoldkanaal dwars werd aangelegd. De huidige perceel vormen, van grillig tot rechtlijnig, reflecteren de inpolderinghistoriek van destijds.