Verdronken Land van Saeftinghe

Het Verdronken Land van Saeftinghe is met zijn ruim 3500 ha het grootste schorrengebied van Nederland en één van de grootste brakwaterschorrengebieden van Europa. Het ligt in een grote binnenbocht van de Westerschelde, waar deze vanuit België Nederland binnen stroomt. Het Verdronken Land van Saeftinghe is een uniek natuurgebied, waar natuurlijke getijprocessen ongestoord verlopen. Het gebied herbergt de resten van verschillende dorpen, die vergaan zijn toen de toenmalige polders verdronken.

51.328545619842, 4.14758785

Schorren, slikken, geulen en platen in Verdronken Land van Saeftinghe

Ontstaan van het landschap

Tijdens de laatste ijstijd was Zeeuws-Vlaanderen een dekzandlandschap. Aan het einde van deze tijd warmde het klimaat op en steeg de zeespiegel. Door gebrekkige afwatering veranderde het dekzandlandschap in een veenmoeras. Het veen bleef duizenden jaren doorgroeien en rond 750 v. Chr. was heel Zeeuws-Vlaanderen bedekt met veen. In de Late IJzertijd begonnen landbouwers met het ontwateren van de veengebieden, daardoor zakte het land en kreeg de zee steeds meer grip. Dit leidde ertoe dat Zeeland eeuwenlang overstroomde, in het gebied van Saeftinghe vond de overstroming plaats vanaf de 7e eeuw na Chr. plaats. Het landschap bleef een getijdengebied totdat de eerste dijken werden aangelegd. De eerste fase waarin het gebied verloren ging betrof een militaire inundatie om de Spaanse bezetter te verdrijven. Waarschijnlijk werden de sluizen bij het dorp Saeftinghe doorgebroken, waarna binnen enkele maanden getijdengeulen kon vormen. Pas in 1715 ging de Polder van Namen verloren, nadat een desastreuze vloed de dijken wegsloeg en overstromingen het land veranderden in een schorrengebied.

Hoog opgeslibt grootste brakwaterschor Europa, Verdronken Land van Saeftinghe

Schorren, slikken, geulen en platen

Het Verdronken Land van Saeftinghe is nu een buitendijks gebied met opgeslibde en begroeide schorren, kale slikken en zandplaten, geulen, prielen en kreken. Het gebied vormt, doordat tweemaal per dag bij vloed sediment wordt aangevoerd vanuit de Westerschelde. De hoogste delen zijn de schorren, die alleen bij zeer hoog water (springtij en stormvloed) overstromen. Via een vertakt stelsel van kreken wordt het water hier aangevoerd. De kreken en geulen binnen een schorrengebied veranderen voortdurend van loop, waardoor een brede zone met kreken en geulen ontstaat. Op de schorren zelf wordt tijdens hoogwater vooral klei afgezet. Daarnaast zijn de schorren vaak begroeid met zoutminnende planten. 

Bezoekers volgen gegidste rondleiding door Verdronken Land van Saeftinghe

Hoogteverschillen

Ook op het schor is er sprake van hoogteverschillen. Zo kunnen zich evenwijdig aan kreken en geulen zogenaamde oeverwallen vormen. Dit gebeurt doordat de stroomsnelheid van het water dat buiten de oevers van de geul treedt plotseling afneemt. Zo vormt zich direct langs de geul een iets hogere oeverwal. Verder van de geul af wordt lichter en fijner materiaal afgezet. Daardoor vormen hier de lager gelegen zogenaamde kommen, die veel kleiiger zijn. Het Verdronken Land van Saeftinghe heeft met 4,80 m het grootste getijverschil van Nederland, waardoor er relatief hoge en opvallende oeverwallen en brede geulen kunnen ontstaan. Dit grote getijverschil komt door de vernauwing van de Westerschelde in landinwaartse richting. Hierdoor wordt de vloedgolf die het estuarium binnenkomt hoog opgestuwd en nemen de hoogwaterstanden en het getijverschil in landinwaartse richting sterk toe.