Verdronken Zwarte Polder

Deze geosite ligt in het westen van Zeeuws-Vlaanderen en kent over korte afstanden sterke hoogteverschillen. Het gebied ontstond ongeveer 2600 jaar gelden toen verschillende  verschillende zeearmen door de kustbarrière braken en het achterliggende veengebied veranderde in een schorrenlandschap. Dit schorrenlandschap werd doorsneden door getijdengeulen, waardoor er in de loop der tijd verschillende eilanden ontstonden. In de 14e eeuw ontstond tussen de vroegere eilanden Cadzand en Groede een zeegat genaamd het Zwarte Gat, wiens bestaan voor de nodige bestuurlijke beroering zou zorgen. Gedurende de daaropvolgende eeuwen zijn namelijk verschillende pogingen door de mens gedaan om het gat af te sluiten en in te polderen. In 1623 werden de schorren in de monding van het Zwarte Gat van het buitenwater afgesloten en werd uiteindelijk de Zwarte Polder aangelegd.

51.386561346111, 3.43630275

Verdronken Zwarte Polder

Dijkdoorbraak

Het bestaan van de Zwarte Polder was echter niet van lange duur. Tijdens een stormvloed in 1802 bezweek de dijk en verdween er vruchtbaar polderland onder water. Slechts een klein gedeelte van de zuidzijde van de Zwarte Polder kon in 1803 ter bescherming van het achterliggende gebied opnieuw worden bedijkt. Ter plaatse van de Verdronken Zwarte Polder vormde zich een getijdengebied met slikken, schorren en getijdengeulen. De zandige slikken liggen droog bij laag water, waardoor het zand kan opwaaien en duinvorming tegen de dijken aan plaats kan vinden. Tussen de slikken en duinen in bevinden zich de schorren. Deze worden enkel met springtij overspoeld. Door deze variatie ontstaat een gebied met uiteenlopende, bijzondere flora en fauna. 

Radartoren Verdronken Zwarte Polder

Fossielenvindplaats

Het strand in de omgeving van de Zwarte Polder is in de jaren ’90 ten behoeve van kustbescherming herhaaldelijk opgespoten met zand dat van elders (de Sluissche Hompels) afkomstig is. Dit aangebrachte zand bevatte haaientanden en fossiele schelpen, afkomstig uit het Pleistoceen (de periode waarin ijstijden voorkwamen), het Plioceen (de warme tijd daarvoor) en het nog oudere Eoceen. Ook zijn er afdrukken van zeedieren te vinden in stukken zwart gesteente uit het Oligoceen en Mioceen.