Dat het voor Unesco belangrijk is dat elk Geopark een goede wetenschappelijke basis moet hebben, hoeven wij u waarschijnlijk niet uit te leggen. Voor het Geopark Schelde Delta is dit geborgd binnen onze Wetenschapskamer. De Wetenschapskamer bestaat momenteel uit 28 leden, waaronder drie coördinatoren en een voorzitter. De voorzitter en coördinatoren zorgen voor de algehele aansturing van de Wetenschapskamer en onderhouden het contact met het kernteam van het Geopark. Maar wie zijn deze mensen eigenlijk? We stellen ze graag aan u voor! Vandaag Joke Bungeneers.
Hi Joke! Vandaag gaan onze lezers jou iets beter leren kennen als lid van de Wetenschapskamer van ons Geopark! We hebben 5 leuke vragen voor je voor onze rubriek ‘Wie is de Wetenschapskamer?’.
Je neemt ondertussen al een tijdje deel aan onze Wetenschapkamer en je trekt de werkgroep die zich buigt over de zogenaamde paleogeografische kaarten! Kan jij aan onze lezers uitleggen wat paleogeografische kaarten precies zijn en waarom zulke kaarten nuttig zijn voor wetenschappers en ons Geopark?
Paleografische kaarten zijn nieuw gemaakte kaarten, die de historische situatie weergeven van eenzelfde plek op verschillende momenten in de tijd. Ze komen tot stand op basis van uitgebreid, interdisciplinair onderzoek: geologisch, geomorfologisch, bodemkundig en archeologisch.
Ook het historische kaartmateriaal, de zogenaamde cartografische bronnen, bieden een schat aan informatie. Net zoals de informatiedragers die er bij horen. Toponiemen (plaatsnamen), informatie over landgebruik, eigendomsrechten, bebouwing zijn allemaal sporen van de impact die de mens had op zijn omgeving. Dat onderzoeken helpt om een beeld te vormen van de geschiedenis en evolutie van een bepaald landschap.
Vanuit de werkgroep willen we in de eerste plaats een zo volledig mogelijk overzicht krijgen van het historische kaartmateriaal dat op verschillende plaatsen wordt bewaard. Na die eerste verkenning is het belangrijk om een zicht te krijgen op de graad van ontsluiting en digitalisatie. De grote uitdaging zal zijn om het doorzoeken van dat kaart- én tekstmateriaal op een uniforme manier te laten verlopen. Idealiter eindigen we met een set digitale erfgoedbronnen, die in een GIS-omgeving kunnen geïntegreerd worden.
Tot voor kort was jij diensthoofd bij de dienst Erfgoed van de Provincie Antwerpen. Zowel Nederland als Vlaanderen hebben een enorme rijkdom aan kunst, cultuur en monumenten. Ook in ons Geopark staan behoud en bescherming van (immaterieel) erfgoed hoog in het vaandel! In Nederland wordt dit vaak allemaal op nationaal niveau via het Rijk geregeld. Door welke (overheids)instanties wordt dat in België opgepakt? Ben jij van mening dat we in Nederland en Vlaanderen méér zouden moeten en kunnen doen aan de bescherming van erfgoed?
Dit is geen eenvoudig te beantwoorden vraag. België heeft maar liefst zes regeringen … één federale regering die beslissingen neemt voor het hele land en daarnaast vijf deelregeringen. België is namelijk een federale staat, opgedeeld in drie gewesten (het Vlaamse, het Waalse en het Brussels Hoofdstedelijk gewest) én in drie gemeenschappen (de Vlaamse, de Franstalige en de Duitstalige gemeenschap).
Om het nog wat complexer te maken, is Vlaanderen zowat de enige regio ter wereld waar de bevoegdheid voor erfgoed is opgesplitst. Het Vlaamse gewest is bevoegd voor grondgebonden materies, daar hoort het onroerend erfgoed bij (archeologie, gebouwd en landschappelijk erfgoed). Zaken zoals kunst, cultuur én ook de zorg voor roerend en immaterieel erfgoed worden behartigd door de Vlaamse gemeenschap. Een deel van de erfgoedzorg wordt dus aangestuurd vanuit het agentschap Onroerend Erfgoed (gewestmaterie), en deel vanuit het departement cultuur, jeugd & media (gemeenschapsmaterie).
Vanuit de dienst Erfgoed hebben we jarenlang – zoals àlle Vlaamse provincies overigens – ingezet op een geïntegreerde en integrale werking. Wij geloven er sterk in dat je een materie zoals erfgoed niet zomaar in hokjes kan opsplitsen: het verhaal van een plek (landschap) is niet alleen dat van het gebouw dat er staat of stond (monumenten/archeologie), maar ook van de mens die er woonde (immaterieel erfgoed) en de objecten die hij/zij daarvoor nodig had (roerend erfgoed). Vandaag kan en mag enkel het lokale niveau decretaal nog op zo’n geïntegreerde manier aan erfgoedzorg doen.
Dus ben ik van mening dat we in Nederland en Vlaanderen méér zouden moeten en kunnen doen aan de bescherming van erfgoed? Ik zou het al een geweldig pluspunt vinden als het op een meer uniforme en ‘erfgoedklantvriendelijke’ manier zou gebeuren. Bovendien ben ik er niet van overtuigd dat een wettelijke bescherming in alle gevallen noodzakelijk is. Het belangrijkste is dat erfgoed gekend, bekend en geliefd wordt.
Wat me hoopvol stemt, is de manier waarop er vanuit Toerisme Vlaanderen in de laatste jaren een aantal pilootprojecten zijn gerealiseerd, door mensen aan te moedigen en te ondersteunen bij het ontsluiten van bijzondere plekken. Als deze trend zich kan doorzetten, evolueren we hopelijk naar een gedragen erfgoedzorg waar niet allen erfgoedspecialisten maar een hele, levendige erfgoedgemeenschap zich samen inzetten.
Het Provinciehuis van de Provincie Antwerpen staat natuurlijk in… Antwerpen! Een werkelijk prachtige stad, die ook veel toeristen trekt. Kan jij onze lezers een paar tips geven van leuke monumenten in Antwerpen die we eigenlijk allemaal een keer gezien moeten hebben? Heb jij zelf ook een favoriet die er voor jou uitspringt? En zijn er misschien nog wat verborgen pareltjes waar mensen die meer over de geschiedenis van Antwerpen willen leren, ook eens zouden moeten kijken?
Iedereen zal de ‘usual suspects’ zelf wel vinden, dus ik geef graag een paar alternatieve suggesties:
Op het kruispunt van de Franrijklei en het Kipdorp wandel je als nietsvermoedende bezoeker zomaar langs een archeologische site, de restanten van de 16de-eeuwse stadsomwalling en poort. Op het Antwerpse Zuid heeft een privéonderneming, Konhef, de restanten van de citadel die onder hun gebouw gevonden werden een museale functie gegeven. De firma heeft trouwens ook een mooie expo over historische liften.
Als we vrienden of familie van veraf op bezoek krijgen, trekken we er graag mee naar het Red Star Line Museum, in de loodsen van de voormalige rederij die zo veel migranten vanuit heel Europa naar Amerika bracht. Vlakbij vind je de Droogdokkensite, die volop ontwikkeld wordt. Vandaag al een leuke verborgen plek maar goed op weg om een hotspot te worden voor al wie interesse heeft voor erfgoed dat een link heeft met water.
Als wij op Google jouw naam intypen, komen wij een aantal boeken tegen! Onder andere ‘Zomers in Hingene - het kasteel d'ursel en zijn bewoners’, ‘Archeologie in Klein-Brabant’, ‘De Onze-Lieve-Vrouwekathedraal van Antwerpen’ en ‘Oelegem met open kaart’. Deze boeken zijn gerelateerd aan jouw vakgebieden: Geschiedenis en Archeologie. Is schrijven toevallig een hobby van jou? Kan je jouw favoriete (fictie/non-fictie) boek met ons delen?
Verhalen vertellen heb ik altijd leuk gevonden. Het is bovendien héél belangrijk om kennis en informatie te delen, op een toegankelijke manier. Wat heb je aan wetenschappelijke rapporten over archeologisch en (bouw)historisch onderzoek als je die enkel maar opslaat in een archief of depot? Dan moeten volgende generaties die a.h.w. opnieuw gaan ‘opgraven’. Wetenschappers vinden allicht de weg daarheen, maar heel veel mensen zijn geïnteresseerd in ‘hoe het vroeger was’.
Het is moeilijk om maar één favoriet boek te noemen. Ik herinner me nog hoe geweldig ik het vond om te leren lezen. Dat was écht een wereld die open ging. Er gaat geen dag voorbij dat ik niet lees. Liefst van al nog een papieren boek: ik kan zelfs genieten van de geur van een versgedrukt exemplaar…
Mag ik dus een paar boeken opsommen die ik de afgelopen tijd (her)lezen heb? Zowel Sandra Langereis’ biografie van ‘Erasmus’ als ‘Wil’ van Jeroen Olyslaegers en ‘De Draaischijf’ van Tom Lanoye zijn absolute aanraders. Maar ook een lichtvoetige roman als ‘A Gentleman in Moscow’ van Amor Towles vind ik zalig om lezen: geweldig hoe alles kunsthistorisch klopt zonder de vaart van het verhaal te stremmen.
Zeg Joke, als jij een hele gave ‘once-in-a-lifetime-opportunity’ kreeg om eens terug te gaan in de tijd, naar welke tijdsperiode zou jij dan afreizen en waarom? Zijn er tijdvakken die jou in het bijzonder interesseren?
Vermoedelijk zou dat de tweede helft van de achttiende eeuw worden. Het lijkt me een dynamische periode, waar op verschillende gebieden een frisse wind waaide. Al zorgden de politieke ontwikkelingen vaak voor heel wat onrust, waarbij de gewone bevolking zoals steeds ongewild in de klappen deelde. Wetenschap en rationeel denken namen een steeds sterkere positie in, dat vond zijn weerslag in encyclopedieën, boeken en romans, die een steeds groter deel van de mensen bereikten. Met altijd de kanttekening dat we niet weten hoe fijn het was om dat als vrouw te beleven: hoe was de positie van de vrouw in dat verleden écht? Hoeveel vrijheid had je, hoe zelfstandig kon je zijn, had je toegang tot kennis … en zo ja, was dat niet iets voor enkele gelukkige uitzonderingen?
Lees de andere interviews
-
Lees meer over Kees Kasse -
Lees meer over Nathalie de Visser -
Lees meer over Archana Sadhoeram -
Lees meer over Wouter Gheyle -
Lees meer over Jonathan Jacops -
Lees meer over Annelies Storme -
Lees meer over Johan van de Koppel -
Lees meer over Luc Bauters -
Lees meer over Adrie de Kraker -
Lees meer over Marion Burger