Dat het voor Unesco belangrijk is dat elk Geopark een goede wetenschappelijke basis moet hebben, hoeven wij u waarschijnlijk niet uit te leggen. Voor het Geopark Schelde Delta is dit geborgd binnen onze Wetenschapskamer. De Wetenschapskamer bestaat momenteel uit 28 leden, waaronder drie coördinatoren en een voorzitter. De voorzitter en coördinatoren zorgen voor de algehele aansturing van de Wetenschapskamer en onderhouden het contact met het kernteam van het Geopark. Maar wie zijn deze mensen eigenlijk? We stellen ze graag aan u voor! Vandaag Drs Kees Kasse.
Hallo Kees! Fantastisch dat wij jou wat beter gaan leren kennen! We hebben voor jou 5 leuke vraagjes voor de rubriek ‘Wie is de Wetenschapskamer?’.
Sinds jaar en dag ben je betrokken bij de Vrije Universiteit Amsterdam nadat je daar zelf gestudeerd hebt en gepromoveerd bent. Als universitair hoofddocent en onderzoeker heb je talloze papers geschreven, onderzoek gedaan, lesgegeven en studenten begeleid met hun scripties, promoties en veldwerken. Hoe kijk je terug op deze tijd en welk van deze elementen vond jij het leukst om te doen?
KK: “De taak van een universitair hoofddocent bestaat altijd uit 2 delen: onderwijs en onderzoek. Dat moet je allebei leuk vinden, anders zit je niet op de goede plek aan de universiteit. Het onderzoek heb ik altijd heel leuk gevonden. Steeds weer stapje voor stapje, met nieuwe boringen, ontsluitingen, analyses en nieuwe methoden, bouwen aan beter begrip van het Systeem Aarde. Ik ben opgeleid als Kwartairgeoloog, dus het jongere deel van de geologische geschiedenis, zoals dat gedeeltelijk ook nog aan het oppervlak te zien, heeft me altijd gefascineerd. Het Kwartair is het IJstijdvak en de effecten van klimaat- en vegetatieverandering op het milieu vind ik heel boeiend. Hoe veranderen de rivieren door de tijd heen onder invloed van klimaatverandering. Welke andere factoren spelen een rol bij die veranderingen, zoals tektoniek op de langere tijdschaal en menselijke activiteit op de geologisch korte tijdschaal. Het ontrafelen van die interacties heb ik altijd interessant gevonden. Voor dit type onderzoek hebben we in veel verschillende landen gewerkt in Nederland, België, Polen, Hongarije, Frankrijk, Portugal. Door te werken aan verschillende rivieren krijg je beter inzicht in de lokale factoren en in de meer algemeen geldige factoren.
Naast het onderzoek is er het onderwijs. Het opleiden van studenten in de elementen die in het onderzoek aan bod komen (sediment, klimaat, water, vegetatie) heb ik met veel plezier gedaan. Het lesgeven in hoorcolleges gaat over de overdracht van kennis, maar het is ook een performance, liefst met interactie met het publiek. Hoe breng je de stof over, hoe hou je de aandacht vast. Maar het beste onderwijs is toch waarbij er praktische elementen worden geleerd, in practica en veldwerken. Het heeft me altijd gefascineerd hoe steil de leercurve kan zijn bij veldpractica, zoals in het 1e-jaars Ardennen veldpracticum of tijdens het 2e-jaars veldwerk in de Franse Jura. Hoe in 10 dagen of 3 weken het landschap verandert van louter groene heuvels in een miljoenen jaren oud geplooid en gedenudeerd landschap. Dat er een 3-dimensionaal of zelfs 4-dimensionaal (tijdsfactor) beeld ontstaat, van een ‘’gelaagd’’ Jura landschap dat zich heeft ontwikkeld door de tijd tijdens en na de laatste ijstijd. Het landschap leren lezen en begrijpen is het doel van de opleiding Aardwetenschappen.”
Middels je betrokkenheid bij onder andere het Geopark en onze Wetenschapskamer geef je vandaag de dag nog steeds invulling aan je bevlogenheid en passie voor de Aardwetenschappen. Voor het Geopark heb je op ons Podcast-kanaal eens een ‘minicollege’ gegeven over Groeve Boudewijn bij de Brabantse Wal. De Brabantse Wal en deze groeve vormen belangrijke landschapselementen, die de ontstaansgeschiedenis van dit gebied vertellen. Kan jij uitleggen wat hier te zien is en waarom het jouw persoonlijke aandacht trok om hier in het verleden zelf ook al onderzoek te doen?
Voor onze lezers: via deze link kun je de Podcast-aflevering met Kees beluisteren: Ontdek ons gebied met je ogen dicht | Podcast on Spotify.
KK: “Op de podcast kun je beluisteren wat er op de Brabantse Wal te zien is, dus dat ga ik hier niet herhalen. Het fascinerende van de Brabantse Wal is toch wel de diversiteit, in geologie, sediment, geomorfologie, hydrologie en ecologie. Op korte afstand zijn er grote verschillen: oud ligt naast jong; hoog ligt naast laag, droog ligt naast nat. Een van de oudste afzettingen van Nederland, de Klei van Tegelen (Formatie van Waalre), is zichtbaar in de groeve Boudewijn, maar ook de jongste zeeklei-afzettingen aan de voet van de Wal in het poldergebied zijn aanwezig. Het Brabantse Wal gebied laat in grote stappen de ontwikkeling van Zuid-Nederland zien tijdens het Kwartair: de kustnabije afzettingen uit het Vroeg Pleistoceen, de dekzanden uit de laatste ijstijd, het verdrinken van het Schelde-dal tijdens het Holoceen door zeespiegelstijging, de stuifzanden op de Wal door menselijke activiteit. Dat maakt het gebied in Nederland en internationaal uniek.
Mijn promotieonderzoek in de jaren 80 richtte zich op de genese en ouderdom van de Vroeg-Pleistocene afzettingen van westelijk Noord-Brabant en aangrenzend Vlaanderen in de regio Bergen op Zoom, Turnhout, Breda. Na afloop van mijn promotie aan de Vrije Universiteit werd ik aangesteld als universitair docent en men zocht toen naar een geschikt nieuw 1e-jaars veldwerkgebied met grote diversiteit op korte afstand. Mijn kennis van de regio en van de Brabantse Wal leidde er toe dat we vanaf eind jaren 80 daar het 1e-jaars veldwerk Brabant hebben uitgevoerd, eerst voor de Aardwetenschappers en later ook voor de opleiding Aarde, Economie en Duurzaamheid.”
Op 20 april 2023 mocht jij de Van Waterschoot van der Gracht Penning in ontvangst nemen! Deze penning is het hoogste eerbewijs in Nederland voor iemand die uitzonderlijke diensten heeft verricht in de Aardwetenschappen. Vanuit het Geopark en onze Wetenschapskamer zijn wij natuurlijk hartstikke trots op jou! Onder andere Wim Hoek, tevens lid van de Wetenschapskamer, heeft je voorgedragen. Hoe kreeg je van hem te horen dat je deze penning zou ontvangen? En wat betekent deze penning persoonlijk voor jou?
KK: “Ik ben super trots dat ik deze onderscheiding heb ontvangen. Ik had daar nooit over nagedacht en de toekenning was dan ook een totale verrassing. Mijn collega’s hebben me met een list in de val gelokt. Ik was uitgenodigd door Freek Busschers (TNO) om Vroeg-Pleistocene kernen te komen bekijken en discussiëren bij TNO in Utrecht. Daar bleken ook Ronald van Balen, Hessel Woolderink en Wim Hoek aanwezig, die blijkbaar ook in het Vroeg-Pleistoceen geïnteresseerd waren (dacht ik nog). Tijdens het bestuderen van de kernen bleek er een interval te ontbreken en men probeerde steeds mijn aandacht naar dat ontbrekende stuk te dirigeren. Ik werd er zelfs een beetje narrig van, want wat kun je zeggen over een stuk dat er niet is. Na lang aandringen zag ik dat er een taartje was neergezet en een jampotdekseltje met daarop in viltstift: Van Waterschoot van der Gracht penning. Toen viel er heel langzaam een kwartje, maar met Wim Hoek erbij is een goede grap nooit ver weg. Ik was echt verbijsterd. De toekenning zie ik als een blijk van waardering voor het onderwijs- en onderzoekswerk, de ontwikkeling van de verschillende curricula en de begeleiding van promovendi dat ik in de afgelopen decennia heb gedaan en nog steeds doe (in eigen tijd).”
Van oorsprong kom je uit Zeeland, dus dat betekent dat je met de nuchtere, Zeeuwse blik en met beide benen op de grond (in de klei) naar dingen kunt kijken. Toch kunnen we ons voorstellen dat jij, door alle veldwerken die je hebt gedaan, al heel wat mooie plekken op de wereld gezien hebt, waar je niet anders dan met bewondering naar het landschap kunt kijken! Wat is voor jouw echt het mooiste gebied waar je ooit geweest bent? En heb je nog tips/aanraders van mooie plekken die onze lezers echt eens moeten bezoeken?
KK: “Een dooddoener, maar ik heb geen favoriete plekken. Ik kan zeer genieten van de kalkmorfologie en glaciale dalen van de Dolomieten. Maar een wandeling over de stuwwallen en heidevelden van het Gooi of in het beekdallandschap van de Drentse Aa vind ik ook prachtig. Overal kun je de gelaagde opbouw en dus de geschiedenis van het landschap bewonderen. Dat hoeft niet altijd ver of spectaculair te zien. Een mooie inversiekreekrug op Walcheren en een net-gegraven slootprofiel maken me gelukkig. De studenten maken vaak verre reizen naar Azie of Midden Amerika en dan vraag ik wel eens of ze al naar de hunnebedden zijn geweest op het keileemplateau van Drenthe. Ook oud, ook mooi en bijzonder.”
Als laatste: heb jij nog een leuke hobby of iets ‘niet-Aardwetenschappelijks’ waar jij je in je vrije tijd graag mee bezighoudt?
KK: “Ik hou van buitenzijn, van wandelen, schaatsen, skiën. Maar eigenlijk betekent dat, dat ik dan het landschap kan zien en erover na kan denken en dan ben ik toch weer met de Aardwetenschappen bezig. Dan zit ik in de skilift omhoog en zie de vegetatiegordels aan me voorbij trekken: loofbos, sparren, larix, dennen, kruiden bij de top en dan denk ik: de vegetatiesuccessie lijkt op de afloop van het Eemien en de overgang naar het koude Weichselien. Vakidioot.”
Lees de andere interviews
-
Lees meer over Nathalie de Visser -
Lees meer over Archana Sadhoeram -
Lees meer over Wouter Gheyle -
Lees meer over Jonathan Jacops -
Lees meer over Annelies Storme -
Lees meer over Johan van de Koppel -
Lees meer over Joke Bungeneers -
Lees meer over Luc Bauters -
Lees meer over Adrie de Kraker -
Lees meer over Marion Burger