Veerse Meer en Schenge

De geosite Veerse Meer is een voormalige zeearm die een deel van de afscheiding vormt tussen Walcheren, Noord-Beveland en Zuid-Beveland en die in het verleden een verbinding vormde tussen de Noordzee en de Oosterschelde. Sinds de aanleg van de Veerse Gatdam en de Zandkreekdam is de getijdenwerking uit het gebied verdwenen en heeft het een vast waterpeil. Vroegere getijdengeulen en lage zandplaten zijn permanent onder water verdwenen en zorgen voor grote diepteverschillen in het meer. Voormalige schorren en hoge zandplaten liggen tegenwoordig boven water. Daarnaast heeft men in het meer enkele kunstmatige eilanden aangelegd. Het ontstaan van deze geosite gaat terug tot ongeveer 350 na Chr., toen had zich tussen het huidige Walcheren en Noord-Beveland de zeearm het Veere-diep gevormd. Rond 1000 na Chr. ontstond ook het Zuitvliet, een diep ingesneden getijdengeul tussen het huidige Noord- en Zuid-Beveland. Het westelijke en oostelijke deel werden later respectievelijk het Veerse Gat en de Zandkreek genoemd. Gezamenlijk zouden zij later het Veerse Meer vormen. 

51.506195754338, 3.79593195

Paarden in het water van het Veerse Meer

Inpoldering

In respectievelijk 1960 en 1961 werden in het kader van de Deltawerken beide zijden van het zeegat, tot dan toe het Veerse Gat (westzijde) en de Zandkreek (oostzijde) geheten, afgesloten door de Veerse Gatdam en de Zandkreekdam. Zo ontstond het Veerse Meer. Met de afdamming verdween de getijdenwerking uit het gebied. Hierdoor is ruim 2000 hectare schorrengebied permanent droog komen te liggen. Natuurlijke sedimentatie (afzetting van zand en klei) en erosie verdween.

Informatiebord aan het Veerse Meer

De Schotsman

Tussen de Veerse Dam en Noord-Beveland ligt het ca. 200 ha grote natuurgebied de Schotsman, dat na afsluiting van het Veerse Gat is drooggevallen. Voor de afsluiting lagen hier honderden meters brede schorren en meer dan een kilometer brede zandplaten die zich oorspronkelijk uitstrekten vanaf Kamperland tot voorbij de huidige Veerse Dam. Aan de zeezijde gingen de schorren over in lage duinen gevormd door zand dat opwaaide van de zeewaarts gelegen platen. Deze duinrichel is nog goed in het landschap herkenbaar. Het gebied had het karakter van een strandvlakte of strandhaak.